Rijden Door De Nacht

Blof

We rijden door de nacht,


het licht schijnt voor ons uit


Het ronken van de motor is


meer stilte dan geluid


Ik voel alleen de adem van


de vrienden om me heen


Die warm langs mijn gezicht strijkt,


en ik zie ze één voor één


Iemand neuriet, iemand rookt


Iemand slaapt en wordt weer wakker


En zegt iets tegen mij


Ik schrik op uit mijn gedachten:


Dat niets zo mooi en eenzaam is


Als rijden door de nacht


Dat eindeloos en vredig is


Terwijl je op me wacht


Nu gevoelens en gedachten één zijn


(Eén gevoel, één gedachte)


Zijn we nietig en reusachtig,


even groot als even klein


Dat ik honger heb en moe ben,


en dat dat nooit meer overgaat


En dat het ook niet erg is,


dat maakt het juist de moeite waard


Iemand neuriet, iemand rookt


Iemand slaapt en wordt weer wakker


En zegt iets tegen mij


Ik schrik op uit mijn gedachten:


Dat niets zo mooi en eenzaam is


Als rijden door de nacht


Dat eindeloos en vredig is


Terwijl je op me wacht


Dat niets zo mooi en eenzaam is


Als rijden door de nacht


Dat eindeloos en vredig is


Terwijl je op me wacht